MC WISHkid
Ik was een jaar of dertien en het leek me een geweldig en
spannend idee: dat je mensen gelukkig kon maken door je zaad beschikbaar te
stellen. Nog steeds vind ik het een kleine moeite voor, als alles goed gaat,
een groot plezier. Maar ik meldde me niet aan bij de spermabank en de lozingen
haalden nimmer het loket. Het is er in al die jaren gewoon niet van gekomen.
Tot op een goede dag niet al te lang geleden. Mijn vrouw belde
me over wat logistieke gezinsdingetjes. Vlak voor ze leek te gaan ophangen
vroeg ze plotseling: ‘Eh, denk je dat Franka en Maartje jou mogen benaderen met
hun kinderwens?’
Mijn ‘ehhh’ duurde iets langer. Daarna viel er een ongewone
stilte.
‘Ja natuurlijk, mmm, maar ik vind het ook belangrijk te
weten hoe jij erover denkt’.
‘Ik heb gezegd dat ze je maar even moeten mailen voor een
afspraak’.
Fijn zo’n vrouw die meedenkt!
Twee weken later was ik met drie dames in gesprek was over
nog meer kinderen. Ik heb er vier en ben opgelucht net uit ‘de luiers’ en de
gebroken nachten te zijn. F is een jongere vriendin van mijn vrouw, bijna 36 en
ook bij haar was er op die leeftijd het een en ander gaan kriebelen. Haar
vriendin M is iets jonger en heeft daardoor iets minder haast. Ze wilden vooral
samen gaan moederen en elkaar bij de zwangerschappen ondersteunen.
Mijn eerste doel was zo snel mogelijk uit te vinden of ze
een stabiele relatie hadden en of ze ‘goede moeders’ zouden zijn; ze gingen
tenslotte met mijn zaad aan de slag! Dat er al vele miljoenen van mijn ‘kikkervisjes’
een roemloze dood zijn gestorven, deed even niet ter zake. Maar als er één van
de mijne ‘n bekende eicel tegen het lijf loopt en er iets moois uit groeit,
verdient ‘ie wel een stabiele omgeving met liefhebbende ouders, zeker ook omdat
ik zelf dan niet meer anoniem ben.
Ik had voor mezelf een vragenlijst opgesteld om snel wat inzicht
in de dames te krijgen. 65 vragen uiteenlopend van hoe gezond ze aten via
medicijngebruik en erfelijke ziektes tot wie de broek aan had in hun relatie…
niets dan het beste voor mijn zaad. Ook de dames zaten vol met vragen, en twee
uur later wist ik meer van hen dan van m’n eigen kinderen, en zij van mij. Maar
al die tijd was onduidelijk gebleven hoe de overdracht van “het spul” plaats
zou vinden. Moest ik op het getemperatuurde moment suprême op de fiets springen
om lokaal te lozen? Moest ik het thuis doen en met een non-plastic potje onder
de oksel dwars door de stad racen? Het zou toch niet zo zijn dat ik vleselijk
zou insemineren? Er waren vast andere opties!
En zo leerde ik over MC WISHkid. Is het ‘m – c’ zoals in McDonalds, vroeg ik in al mijn onschuld?
Nee! MC bleek te staan voor ‘medisch centrum’. Dit ondanks de ligging op een industrieterrein
aan de snelweg. Ik zou me melden bij MC WISHkid voor de nodige tests en als
alles medisch in orde was, mocht ik doneren. Mijn zaad werd dan opgeslagen bij min
196º c, mega cool dus! Bij voldoende hoeveelheid (volume) én genoeg actieve
cellen zou het hele zaakje een maand later, weer op kamertemperatuur gebracht,
kunnen worden geïnsemineerd. Easy. Overigens kost je dat als donor een slordige
duizend euro, inclusief BTW. Een dubbele donatie dus, één ‘in kind’ zoals de Engelsen in
natura noemen en een in euro’s. Maar de rekening was natuurlijk voor de
dames. Als mijn kwak maar stijf bevroren in de kluizen van het MC WISHkid terecht
zou komen…
‘Dan moeten we ook nog even kijken hoe alles juridisch moet
worden vastgelegd’, was de laatste opmerking van de dames. ‘Ik stuur een modelcontractje op, dan kun je kijken wat je wel en niet wilt.’
Ja. Daar had ik ook al over nagedacht. Wat als zij er met
mijn spul een ‘Downertje’ van zouden bakken? Moet ik me dan ook melden voor het
voorlezen, de uurtjes gestolen kwaliteitstijd en kinderboerderijdienst? En als
zij het arme kind af en toe (of zelfs iedere week) aframmelen, kan ik dan
ingrijpen? Of, en dit is mijn ergste nachtmerrie: zij overlijden beiden bij een
vliegtuigramp en mijn zaad blijft, op z’n Rubens in Tripoli, met stoel en al in
een boom hangen en overleeft.
Gered van de dood; maar niet van de moeder van F die ze in
een vlaag van misplaatste wiedergutmachung
tot voogd hebben benoemd.
Dit document verdiende zorgvuldige bestudering. Misschien
gevolgd door een paar telefoontjes met gescheiden, maar kinderrijke, advocaten
die de volledige impact van het geheel konden uitleggen aan mij, de ervaren
rukker, maar juridisch oh zo onnozele donateur.
Voor ik er erg in had, was ik Partij B: bereid om zonder dat daar enige geldelijke
vergoeding tegenover stond aan partij A sperma te doneren ten behoeve van
kunstmatige (zelf)inseminatie
Het door zelf-extractie verkregen product van partij B (moi) kreeg plots een hele wezenlijke toekomst
door de (zelf-) inseminatie van partij
A.
Juridische taal:
ongetwijfeld koosjer en wellicht hier en daar ook nog halal maar wat een gedoe.
Twee avonden later stond het helder op mijn netvlies. Ik zou als een bijtje wel
het zaad mogen leveren, maar de bloemetjes niet mogen plukken. Ik mocht ze ook
niet bemesten en al helemaal niet overpotten. Wilde ik daarvoor tekenen?
Bleek niet nodig. De
dames vonden het juist leuk als ik betrokken zou zijn en blijven, als
vaderfiguur op afstand, ik zou er niet zijn totdat de vrucht van onze
overeenkomst zou begrijpen dat ik er wél was. Als het maar niet in conflict
kwam met hun eindverantwoordelijkheid. Toen werd me ook duidelijk waarom dat
was. Als donateur (gulle gever) heb je weinig rechten want eens gegeven blijft gegeven; het moge
duidelijk zijn dat er hier niet iets terug te vragen valt. Da’s best lastig. Maar
als vrouwelijke partner van de bezwangerde partij moet je pas écht vechten voor
je rechten.
De bezwangerde zaadreceptor
is dan wel de enige en aantoonbaar echte moeder, maar haar niet bezwangerde, vrouwelijke,
notarieel of anderszins geregistreerde, directe en bekende partner mag het samen
geconcipieerde kind niet erkennen. Zij moet adopteren! Koosjer? Halal? Wat een
juridisch geneuzel!
Ik blijk in dit
contract af te zien van alles waar ik als doorsnee vader aan gewend was geraakt.
En dat voelt goed. We spreken we af dat partij A op een door hen uitgekozen
moment duidelijk zal maken wie de vader van het kind is -moi- , wat mij van onschuldig betrokken donator (het
tegenovergestelde van de terminator) in
een keer een schuldige, want direct betrokkene, maakt. Maar dat duurt nog wel
even.
Ik kijk niet uit
naar het moment. Want hoewel ik mijn (deel van dit fantastische) kind
natuurlijk geweldig vind, kan ik me zijn of haar future moment of frustration goed indenken.
‘Stormpje? Je hebt
op school wel toch eens gezien dat er niet alleen mamma’s zijn?’
‘Ja mam.’
‘Er zijn ook pappa’s.’
‘Ja mam’.
‘Storm, jij hebt ook
een pappa, want zonder pappa kunnen er geen kindjes zijn!’
‘Mam, een pappa is
toch een man?’
‘Je begrijpt
het…!!!’
‘Maar mam, wij
hebben toch geen man? Wij hebben Maartje, maar dat is een vrouw…, toch?’
‘Goed gezien Storm, en jouw twee mamma’s hadden jou nooit gehad als er geen man was geweest, geen pappa.’
‘Goed gezien Storm, en jouw twee mamma’s hadden jou nooit gehad als er geen man was geweest, geen pappa.’
‘Maar waar is die
dan mam? Pappa’s wonen toch bij hun kinderen?’
‘Vaak wel liefje,
maar als je twee mamma’s hebt, is er geen plaats meer voor een pappa…, dat
wordt een beetje vol. Waar zou hij moeten slapen?’
‘Ik snap er niks
meer van mam, Oscars pappa slaapt toch ook bij z’n mamma? Waarom slaapt mijn
pappa dan niet bij jullie?’
‘Da’s een beetje
ingewikkeld knuf. In Nederland mag een pappa geen twee mamma’s hebben.’
‘Maar ik kom toch
uit jouw sleufje? Jij bent toch mijn mamma? En Maartje is toch mijn pappa?’
‘Maar lieverd, Maartje
is toch ook een meisje? En ik ook! Je pap is iemand anders, een man. Een leuke
man, wil je weten wie het is?’
De stilte (na Storm) was oorverdovend.
‘Waarom dan? Jullie
zorgen toch voor me?’
Deze variant op een
mogelijke werkelijkheid bezorgde me slapeloze nachten. Dat doe je een kind toch
niet aan! De hele basis van vertrouwen verdwijnt toch als er opeens nog iets
blijkt te zijn met andere mensen die ook nog belangrijk worden gemaakt? Duidelijk
niet mijn ding, maar het was dan ook niet mijn keuze… Mijn bijdrage was simpel.
Ik kon vrienden helpen aan iets blijvenders dan een middagje samen barbecueën
of een dagje shoppen. Daar is niets mis mee. Doneer of frustreer. Ik deed het
eerste en heb het laatste ervaren.
____
‘MC KidWish, goedemorgen, hoe kan ik u helpen?’
SMS: ben zeker zes weken zwanger! Super blij, volgende
week eerste echo. Slik braaf foliumzuur. Hou je op de hoogte! X Franka.
‘MC KidWish, goedemorgen, hoe kan ik u helpen?’
Het voor de hand
liggende antwoord, doe me een kindje of vier, hield ik voor me.
‘Ik zou graag een
afspraak maken voor een intake.’
‘Eh, sorry, wilt u
doneren of wilt u een kind? Het kan in uw geval allebei.’
[Ik had de doorbraak
van mannelijke zwangerschap gemist! Of wacht, ik kon natuurlijk ook een
probleem hebben en zaad nodig hebben…]
‘Eh… Neem me niet
kwalijk, donor graag!’
‘Bent u algemeen
donor of specifiek?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Is uw zaad bedoeld
voor aan u bekende mensen met een kinderwens, of mag het in de centrale opslag?’
‘Nou, ik ben
gevraagd door mevrouw F. en ik begrijp dat zij en haar partner al bij jullie bekend
zijn.’
‘Oh ja, ik zie het.
Ja neem me niet kwalijk, maar we hebben nog niet zo veel ervaring met
persoonlijk geworven donoren.’
Het ijs was gebroken
en de afspraak snel gemaakt, dinsdag zal ik door een ervaren verpleegkundige wegwijs
worden gemaakt in de wereld van de geprofessionaliseerde kinderwens.
Ze heet Van der
Kwaak, maar in de volksmond verdwijnt er al snel een ‘a’. Een dame met een behoorlijk
chique uitstraling. Fraai gecoiffeerd, grijzend haar, een paar jaar ouder dan
ikzelf, maar vooral een ‘alles begrijpende blik’. Ik kijk haar aan terwijl ik
op haar aanwijzing plaats neem na drie kwartier gewacht te hebben op mijn
afspraak van 2 uur.
‘Zo, meneer S., mag
ik u bij uw voornaam noemen? Fijn, dat praat toch altijd net even makkelijker,
vindt u niet?’
Ik knik beleefd.
‘U wilde doneren…?’
[Nee ik wil een kind
maar weet niet hoe ik mezelf moet insemineren.]
‘Ja, ik ben ervoor
gevraagd door een goede vriendin en ik vind het een eer om hieraan te mogen
bijdragen.’
‘Heeft u wel stilgestaan
bij de consequenties?’
‘U bedoelt dat er
levende wezens van kunnen komen? Kinderen wellicht…’
Mijn ironische
ondertoon was haar niet ontgaan. Haar blik veranderde niet, maar onder haar
linkeroog meende ik een kleine zenuwtrek waar te nemen. Ze vervolgde op
besliste toon.
‘Ja, en de gevolgen
die dat heeft als u er weinig meer mee te maken krijgt?’
[Wow! Deze dame ging
mij een heus doemscenario schetsen.]
‘Daar ben ik me van
bewust mevrouw. Ik ben deze keer donor, geen ouder. Die rol is voor de dames en
daar kan ik me volledig in vinden.’
‘U heeft al
kinderen?’
‘Vier.’
‘Dat vind u genoeg?’
Ik voelde een strikvraag.
‘Om zelf volledig
voor te zorgen wel ja.’
‘Maar een kindje
erbij aan de zijkant kan geen kwaad?’
Oei, ze was echt in
de aanval. Ik gooide wat onwetendheid in de strijd.
‘Ik begrijp uw vraag
misschien niet helemaal, maar nee… goede vrienden willen graag kinderen, ik kan
ze daarbij helpen… ik zie geen zijkant en geen kwaad…’
‘Hebt u zich wel
verdiept in de juridische consequenties van uw mogelijke daad?’
‘Waar doelt u
precies op, mevrouw Van der Kwak, eh …
Kwaak?’
[Shit, dat grapje
had niet mogen uitlekken.]
‘U beseft dat u
volgens de Nederlandse wet niet anoniem kunt blijven?’
[Haar domheid begon
me nu echt te irriteren.]
‘Oh? Dus als ik doneer
weten de latere ouders me te vinden?’
‘Daar komt het op
neer ja!’ sprak ze nu ook echt spinnig.
‘Ik denk dat we met
het contract dat we hebben opgesteld, de lading uitstekend dekken.’
‘Heeft u dit wel bij
de notaris laten passeren?’
‘Mevrouw Van der Kwaak.
Waarom zit ik hier? Kunt u mij vertellen wat er van mij, als donor, wordt verwacht?’
Het was een moment stil.
Toen begon ze haar
reguliere praatje; veel ‘do’s en don’ts’:
-
Voor de
eerste storting worden bloed en urine afgenomen en onderzocht.
-
Parallel
hieraan heeft u een gesprek met onze psycholoog.
-
U krijgt
per telefoon de testuitslag en kunt, na goedkeuring een eerste afspraak maken.
-
U dient
zich op de afgesproken tijd te melden bij het lab, na u eerst aangekondigd te
hebben bij de receptie.
-
Te laat
komen leidt tot annulering van de afspraak. Dit in verband met het drukke
schema.
-
U mag
alleen ter plaatse, dus hier, inpandig bij MC KidWish, doneren.
-
Sperma
van buiten meebrengen is niet toegestaan.
-
Het mag
alleen worden opgevangen in door MC KidWish verstrekte containers (met deksel).
-
Voor de
storting staan geriefelijke kamers tot uw beschikking, voorzien van HD-TV en
BlueRay-speler.
-
Inleveren
van de storting dient direct na afloop plaats te vinden en kan onder geen
beding worden uitgesteld.
Het begon me
allemaal een beetje te duizelen. Bloed- en urineonderzoek en dan ook nog praten
met een psycholoog? Waar was dat in vredesnaam voor nodig, de wensouders hebben
toch voor mij gekozen? Waarom moet MC KidWish daar nu nog weer over meedenken?
Maar mevrouw Van der
Kwaak was onverbiddelijk. Ochtendurine had ik al braaf meegenomen in een potje
en haar naald in mijn onderarm realiseerde mijn eerste donatie. En nou maar
hopen dat ik in orde was. Bij de receptie maakte ik een afspraak met de
psycholoog.
De psychologe, Mw.
De Zielenaere, bleek een chaotische
vrouw met een Vlaams accent.
‘U heeft al eerder
een gesprek gehad? Met wie? Zijn daar notities van?’ ging ze rap van start.
[Mevrouw, ú werkt
hier toch?]
‘Mijn eerste intake
was met mevrouw Van der Kwaak.’
‘Nee’, zei ze, haar
lege A4 notitieblok nutteloos doorbladerend. ‘Ik heb geen file van u gekregen,
en mevrouw Van der Kwaak werkt vandaag niet. Maar vertelt u eens …’
Ze stelde
grotendeels dezelfde vragen als Mw. Kwakje. Ik deed mijn best beleefd te blijven.
‘Maar heeft u zich
wel verdiept in de juridische consequenties van uw donatie?’
‘Ja mevrouw de
psychologe! En mag ik nu een vraag stellen? Waarom heeft u zich zo slecht
voorbereid? En kunt u mij uitleggen waarom ik hier zit? Moet mijn zaad soms nog
een psychologische test doen? Wat willen jullie nou eigenlijk van me, zeg het
maar!’
Nee, zo moest ik dat
niet zien, zo was het allemaal niet bedoeld. Ik moest begrijpen dat het MC nog
niet zo veel ervaring had met bij de recipiënt bekende donoren. Bovendien was ik
geselecteerd voor de doctoraalstudie van Mw. De Zielenaere naar de afwijkende
motivatie van dit type donor. Daar was nog nauwelijks onderzoek naar gedaan.
‘Maar u krijg van
mij een gunstig advies hoor!’
Dit was vrijdag.
Dinsdag zou ik in het team ‘besproken’ worden. Arts, psychologe,
verpleegkundige, laborant en receptie, iedereen zou zijn zegje kunnen doen. En
rond vieren zou ik worden gebeld met het oordeel. Zucht.
Inderdaad. Om 16.05
uur, vier dagen later, kwam de verlossende ‘akkoord’. Ik vroeg uit oprechte
belangstelling of er veel discussie over
mijn geval was geweest, maar daarover mocht ze niets zeggen. ‘Maar
medisch bent u helemaal in orde. We sturen u de papieren nog toe,’
‘En verder? Had
mevrouw De Zielenaere geen bedenkingen?’
Uit haar zwijgen
maakte ik op dat ik verder een hamerstuk was geweest. Mooi! Dan kon het echte
werk beginnen, ik maakte meteen vier afspraken, elke keer een paar dagen
ertussen zoals Van Der Kwaak had duidelijk gemaakt.
De nacht voor de
eerste donatie kon ik de slaap maar moeilijk vatten. Oké, een donatie was nog
geen kind, zelfs nog geen zwangerschap maar toch! Het was wel de eerste stap op
weg naar een nieuwe boreling, van een andere vrouw waar ik verder nauwelijks
iets mee te doen zou krijgen. Het was op slag duidelijk wat me er onbewust van
had weerhouden. Het waren de jaren tussen droom en daad…
De route per auto
kon ik dromen maar het sneeuwde in heel Nederland. Mijn vrouw was daarom met de
auto weg en ik zou doorfietsen na mijn werk. Fietsen bleek een groot woord voor
het ploeteren door forse hopen sneeuw en het balanceren op gladde, enkelsporige
paadjes. Ik had genoeg tijd om er te komen, maar ergens in een nieuwbouwwijk,
op een onbewaakt moment in de route, leek ik hopeloos te verdwalen. Geen mens
op straat. Geen zon ter oriëntatie. Enkel zacht voorbij zoevende auto’s. Ik
leek mijn eigen, verbaasde spermatozoïde op weg naar een wachtende eicel.
“Doorzwemmen kerel!”
Ik zwom, werd
drijfnat en bereikte druipend het MC kantoorpand en meldde me bij de receptie.
‘Komt u doneren?’
vroeg een jonge dame met vrolijke ogen vanachter haar computer.
‘Weet u waar het is?’
En met een ‘Wacht,
ik loop wel even mee’, beantwoordde ze mijn opgetrokken wenkbrauwen.
Ze hield stil voor
een deur met een belknopje ernaast.
‘U moet altijd even
bellen want er kan iemand voor u zijn’, legde ze uit. ‘De mensen van het lab
helpen u verder’.
Ze drukte op de bel.
‘Succes’, lachte ze en draaide zich om.
De deur ging open en
een jonge dertiger met een vlasblond baardje en dito snor keek me vragend aan.
Ik hoefde hier toch niet uit te leggen waarvoor ik kwam?
Zijn vraag bleek een
andere: ‘Voor het eerst?’ Antwoorden was overbodig.
Een hele
papierwinkel werd doorgenomen, legitimatie bleek verplicht. Vervolgens wees de
vriendelijke baard mij op twee deuren met een rood lampje erboven.
‘Aan betekent …’. Ik
knikte snel. Met het tweede ‘succes’ van de dag in mijn oren, opende ik
voorzichtig de deur en schrok!
Het was enkel het licht
dat vanzelf aanging; een Oostbloksoortige Tl-buis. Was dat om de klinische
atmosfeer te bewaren? Deze plek was duidelijk niet bedoeld om pret te hebben.
Er moest productie gedraaid worden! Vandaar natuurlijk ook het unanieme succes
wensen.
Ik keek naar binnen en
zag meteen de voorspelde HD-TV met bijbehorende beeld-electronica en duh-vuh-duh’s.
Verder was er een evidente wastafel met spiegel [hé, op zo’n belangrijk moment
moet je er wel een beetje uitzien], een forse doos AH tissues -gelukkig- en het
pièce de résistance: het witte,
kunstleren, van kontdeuk en kniebocht voorziene, zich over twee meter
uitstrekkende ruk-ameublement. Ik was nu echt in verwarring: dit kamertje van
vier bij anderhalve meter straalde vooral dubbelzinnigheid uit; luxe liggend
rukken onder Russische lichtpijp. Al deze dingen voor die schamele centiliters
potentieel leven, onzichtbaar krioelend in een non-plastic containertje (met
deksel).
De hele
gewaarwording duurde niet meer dan enkele seconden. Mijn eerste behoefte
richtte zich op het keuren van de DVD’s. Na eerste schrik nu een echte schok: alleen
maar homo-films! Snel deed ik de deur weer open, zag nu ook dat er een WC-slot
op zat en keek hoopvol naar het lampje boven de tegenoverliggende deur. Ik had
mazzel. Snel greep ik twee doosjes mee en zette de drie stappen naar de
overkant. Juist op dat moment kwam er van om de hoek een donkerblonde dame in
zicht die abrupt stil stond en me met opgetrokken wenkbrauwen aankeek. Deed ik
iets raars? Of was ze hier nieuw? Ik zwaaide met de DVD’s en haalde nonchalant
mijn schouders op. Ze zou vast begrijpen dat ik niet productief kon zijn met de
getoonde films. Ik zette mijn beweging voort, trok de deur open -weer dat
licht- en deed een wilde greep naar waar ik de films vermoedde. Met mijn nieuw
verworven buit dook ik in een tegenovergestelde beweging het gat van de deur weer
door, forceerde een knipoog naar de donkerblonde dame die daar nog steeds
stokstijf ruimte opslokte, gooide mezelf door mijn ‘eigen’ deur en draaide deze
met een klik en een zucht op slot.
Tot hier was alles
gelukt, nu de eigenlijke opdracht nog. Ik zag de hoopvolle blik van F en M weer
voor me toen ze op mijn échte antwoord op hun vraag wachtten. Ik zou ze ook nu niet
teleurstellen!
Het filmaanbod viel
me, voor een professioneel bedrijf in toegepaste onanie, wel wat tegen. Ik
moest erkennen dat ik een wat specifiekere voorkeur heb dan de standaard big boobs & awsome asses. Maar ook
standaardbloot maakt groot. Gelukkig werkte de afstandsbediening goed, want wat
kan porno toch saai zijn. Ik had me lekker op het witlederen geval uitgestrekt,
keek met een half oog naar de film op 4x de snelheid en maakt mijn gulp open.
Als de seksfilm al enige invloed had, werd die snel teniet gedaan door een
plotseling opgekomen vraag: hoeveel tijd had ik eigenlijk voor mijn donatie?
Daar had niemand ook maar iets over gezegd. Wanneer zouden de eerste
collega-rukkers op de deur gaan bonzen? Ik kon maar beter voortmaken. Het
beproefde recept: stimulatie en concentratie, de masturbatie variant van een goed
gebruik van lichaam en geest: Mens sauna
in kopere cano … ach weet ik veel.
Ondanks jaren training
en uitstekende vleselijke en motorische vaardigheden, wilde het hoogtepunt maar
niet komen. Het opbouwen van de spanningsboog lukte nog wel, maar er kwam steeds
iets tussen waar dat nu nét niet de bedoeling was - en ik heb het niet over de
film -.
De minuscule
rukruimte bleek gehorig. Maar waar dat in een bordeel kan bijdragen aan verhoging
van spanning en genot, werkte het in deze kantooromgeving eerder als zaaddodend
uitglijmiddel…
Net toen ik de
spanningsboog zover gespannen had en het doel duidelijk in zicht was, drongen
er ongewenst intieme kantoorkreten het kamertje binnen:
‘Trees! Neem je voor mij ook koffie mee?’
‘Had je dat niet effe eerder kunne zegge
muts, ‘k heb de pot net leeggemaakt!’
Ook ik moest hierna
‘nieuwe zetten’, het vlaggenschip had de zeilen gestreken en was prematuur voor
anker gegaan. Volgende keer oordopjes mee, dat was duidelijk. En niet te hopen dat
het iedere keer zo’n heisa is, anders moet ik inkomensderving gaan claimen; er
waren al 20 minuten verstreken. Ik gooide snel de tweede hetero DVD er in: ‘Mixed maidens vs. The Mighty Mouse’. Naast
een pruttelend ‘Bravilor’ koffiezaatapparet begon mijn brein de impulsen voor
een laatste aanvalsronde te geven, de software in virtuele paringsdans met de
hardware. Alles ging goed deze keer. Bijna geroutineerd greep ik naar het potje
op de wastafel en bracht het in positie, ja hoe moest dat eigenlijk? In mijn
huidige positie zou ik het met mijn vrije hand ondersteboven boven het geschut
moeten houden. De zwaartekracht zou dan zijn deel van de oogst opeisen. Shit,
ik dacht weer over andere dingen na, kom op, concentratie. Stimulatietechnisch schakelde
ik de DVD terug naar gewone snelheid. Het volume stond veel te hoog, het
heftige hijgen en kreunen brak dwars door de dubbele gipsplaat zo de
kantoortuin in. Normaal zou ik me daarvoor schamen, maar deze keer voelde het
als zoete wraak.
‘Heb jij de notulen
van gister gezien Marijke?’
‘Oh yeah, yes! Yes!’
‘Nog een koffietje
Trees?’
‘Yesss, more! Ah! Nice!’
Ik probeerde te gaan
zitten, maar door het lange, witlederen beenstuk, kwam de mast alleen maar
verticaler te staan. Concentreren! In een ruk stond ik rechtop, gaf een laatste
haal aan het roer, hield de container met trillende handen in positie …
Ik vermoed dat mijn
oerkreet van opluchting en ontlading diverse telefoontjes onderbrak of een
andere wending gaf.
Maar de combinatie
van kreet en trilhand was minder geslaagd; de helft van de opbrengst belandde
op mijn kleren. Snel bracht ik de nadruipende container in positie en voorzichtig
duwend met twee vingers loodste ik de oogst in de schuur, gniffelend over het
feit dat vingerafdrukken hier niet ter zake deden. Alhoewel? Zouden de
bacteriën van mijn hand de kwaliteit van het semen kunnen beïnvloeden? Die gedachte bracht alles weer binnen
proporties. Gebeurde dit alleen met mij, of hadden meer mensen deze ervaring
gehad? Het kon me even niet meer schelen.
‘Meneer S. is alles
in orde?’ klonk de stem van vlasbaard na een onhoorbaar klopje.
‘Ik wil u niet haasten
maar…’
‘Twee seconden, ik
kom…’
Ik hoorde hem
wegschuifelen, zette alle apparatuur uit en sloot het potje af.
Schoorvoetend ging
ik terug naar het lab, belde aan en zette het potje pontificaal op tafel.
Baardmans verscheen
al snel.
‘Dit is uw zaad?’
vroeg hij zonder blikken of blozen. Ik had daar even niets meer aan toe te
voegen.
‘Wilt u dan hier
even tekenen?’
De volgende donaties
liepen redelijk soepel. Ik ben zo vrij geweest een keer de regel van het
inpandig doneren te negeren, alleen maar om te weten hoe het voelt met zo’n
potje onder je arm (warm en ongemakkelijk). Er volgden na de stortingen nog
meer medische onderzoeken en wat later mocht ik de dames melden dat mijn
teerlingen geworpen waren.