Nederland heeft een lange traditie in het helpen bij rampen elders in de wereld. Aardbevingen in Groningen vallen daar niet onder. Maar ook als er geen directe rampen aan te wijzen zijn, wordt er geld ingezameld. Onze nationale hulp-verslaving kent als jaarlijks hoogtepunt het 'serious request'-circus van 3FM. Een groot benefietfestijn; artiesten treden belangeloos op, coryfeeën wijzen op de noodzaak en halen deskundigen voor de camera, tonen schokkende beelden en doen een direct appél op het schuldgevoel van de Nederlander: Trek je portemonnee en geef, geef gul! Deze mensen verdienen beter! Dus maak royaal over , wij regelen de rest, met úw geld… goed hè?
En verdomd, we doen er tijdens die koude dagen rond de kerst allemaal aan mee. En dat is fantastisch! Dat zouden we iedere week moeten doen, want met een dergelijke actie helpen we vooral onze eigen economie. Nederlandse bedrijven en organisaties wrijven in hun handen: Noodhulp? Aan de slag! Kunnen we ons slappe jaar nog een beetje goed maken.
Oké, de een zijn nood is de ander zijn brood. Maar leg dat dan ook eens uit aan de gulle gevers! Een korte schets.
Bij elke ramp waarbij mensen hun gewone leven niet kunnen voortzetten, spelen de eerste levensbehoeften een cruciale rol: drinkwater, voedsel, medische zorg en een nieuw dak boven je hoofd. Al die zaken kun je na (bijvoorbeeld) een aardbeving niet of nauwelijks meer krijgen in het land zelf. Ze worden daarom geproduceerd in het Westen, ingevlogen samen met buitenlandse hulpverleners en daarna naar beste kunnen verdeeld onder de noodlijdende bevolking. Maar de kassa rinkelt vooral in de “gevende” landen en nauwelijks in de getroffen gebieden. Ik denk dat het anders kan en móet.
Hulp bestaat uit verschillende componenten. bij noodhulp spelen er twee de hoofdrol: de materialen die nodig zijn voor adequate hulpverlening en de mensen die er (tijdelijk) bij assisteren.
Waar haal je voedsel en water vandaan? Uit de regio! Die is dichterbij dan Europa of de VS en voedselprijzen zijn daar over het algemeen hetzelfde of lager (maar hoe komen we dan van de Westerse overschotten af?). Water kan ter plekke geproduceerd worden met mobiele waterzuiveringsinstallaties, er is geen noodzaak voor bronwater in plastic flessen. Medicijnen? Hoe dichterbij hoe beter. Niet alleen vanwege transport of kosten, maar ook omdat ziektes regionaal bepaald zijn en je vaker de adequate middelen in de buurt kunt vinden. Het dak boven je hoofd? Wordt het geïmporteerd en peperduur Deens plastic van de UNHCR of gaan we ploegen plaatselijk betalen voor lokale alternatieven? Er zijn mogelijkheden te over…
Maar de helpende hand kiest vaak voor zichzelf. Ontwikkelingshulp is ‘big business’. Al die “samenwerkende hulporganisaties”, tijdelijk schuilend onder giro 555, zijn daarna weer elkaars concurrenten en praten alleen met elkaar omdat het meer geld oplevert. Er gebeurt weer iets waar ze van opleven en waarvoor ze met de beste bedoelingen alles mobiliseren.
Effectief? Ondersteunde medische teams kunnen op korte termijn levens redden. Noodhulp professionals hebben de ervaring om in korte tijd lokale mensen te trainen en in te schakelen bij verschillende vormen van hulpverlening. Uitstekend! Maar hou die goedwillende onervaren vrijwilligers thuis! Ze weten de weg niet, kennen de mensen niet, spreken vaak de taal niet en hebben onvoldoende of een verkeerde soort ervaring.
Noodhulp moet snel en effectief zijn en daarom professioneel worden uitgevoerd. Met materiaal, voedsel, maar zeker ook met kennis en ondersteuning uit de regio.
De meeste rampen zijn vooralsnog buitenkansjes voor Westerse industrieën en organisaties. Dat moét anders kunnen in onze geglobaliseerde wereld.